De geschiedenis van het tafeltennis

By Tafeltennis

Tafeltennis in de volksmond ook wel pingpong genoemd. Het is een sport wat door twee of door vier (bij het dubbelspel) personen gespeeld wordt. Het is een spel wat veel lichamelijke en mentale krachten eisen als je het op wedstrijdniveau wilt spelen. Daarentegen kan het ook een heel ontspannend spelletje zijn in de huiskamer of op de camping of sportkantine. Maar waar komt het spelletje eigenlijk vandaan.

Geschiedenis,

Heel veel weten wel mensen dat het tafeltennis uit China afkomstig is. De beste spelers komen momenteel wel uit China. Maar de tafeltennissport is bedacht aan het begin van de 19e eeuw in Engeland. Er wordt ook wel eens gezegd dat Engelse militairen het spel hebben meegenomen uit India of Zuid-Afrika maar daar ligt eigenlijk niets van vast.

Het spel is net als badminton een beetje ontleend aan het gewone tennis. Vroeger werd het tafeltennisbatje ook gewoon racket genoemd. En werd er gespeeld met een bal van rubber, kurk of stof. Geen van deze ballen voldeed eigenlijk aan de verwachting wat het spel nodig had. In 1901 ontdekte de Engelse tafeltennisliefhebber op zijn reis naar Amerika een bal gemaakt van celluloid, deze bal had alle eigenschappen die de tafeltennisbal moet hebben, er werd tot voor kort nog steeds met de celluloidbal gespeeld. Nu is dat verboden en moet de bal van plastic zijn.

Naam van de sport

De naam tafeltennis of zoals in de volksmond pingpong bestaat al vanaf 1900. Daarvoor werd het in verschillende landen Gossima, Flim Flam, Pim Pam of Whiff Whaff genoemd. Er werden steeds vaker wedstrijden gespeeld en moest er dus ook een tafeltennisbond komen, in 1926 werd dan ook de International Table Tennis Federation (ITTF) opgericht in Berlijn. De Nederlandse Tafeltennis Bond (NTTB) werd in 1935 opgericht. Bij deze bond zijn op dit moment 560 verenigingen en 28.430 leden aangesloten. In Nederland begonnen in de zestiger jaren de gebroeders Heemskerk. Die allebei al Nederlands kampioen waren geweest, een fabriek waar de tafeltennistafels werden gemaakt.

Wat heb je er voor nodig om te gaan tafeltennissen:

Speelruimte

Om te tafeltennissen heb je natuurlijk een speelruimte nodig met voldoende licht, wat ook weer aan regels is gebonden. De speelruimte moet minimaal 14 meter lang en 7 meter breed zijn.

De tafeltennistafel

De tafeltennistafel moet aan de volgende afmetingen voldoen, lengte 274 centimeter, breedte van 152,5 centimeter en het tafelblad moet 76 centimeter boven de grond zitten. Voor het dubbelspel moet elke tafelhelft voorzien zijn van een streep van 3 millimeter over de lengte in het midden van de tafel. Rondom het complete speelveld moet op het tafelblad een streep van twee centimeter zijn aangebracht.

Het net

Het net op de tafel moet 186 centimeter lang zijn en 15,25 centimeter hoog zijn, en aan de bovenkant moet een witte lijn zichtbaar zijn van 15 millimeter.

Tafeltennisbat

De speler heeft de beschikking over een eigen batje gemaakt van hout of tegenwoordig ook van carbon. Het moet aan beide zijden bekleed zijn met rubber één kant rood en de andere kant zwart van kleur. In de Aziatische landen is het batje vaak aan één kant bekleed met rubber, er wordt dan gespeeld met de zogenaamde penhoudergreep. Het tafeltennisbatje moet aan allerlei eisen voldoen, als het rubber aan alle eisen voldoet zal het ITTF loge op het rubber vermeld staan. Er zijn erg veel verschillende rubbers verkrijgbaar, die bij elk type spel horen. Rubbers met nopjes ( lang of kort) of gewone gladde rubbers. Elk rubber heeft zo zijn eigen eigenschappen. Veel spelers gingen de rubbers pas vlak voor een wedstrijd op het frame plakken, pas gelijmde rubbers waren weer veel sneller. Het zogenaamde lijmen is wereldwijd in 2007 verboden, de speciale lijm zou slecht voor de gezondheid zijn.

De bal
De wedstrijdbal moet uiteraard zuiver rond zijn en moet 2,7 gram wegen, en het moet een diameter van 40 millemeter hebben. Sinds 1 januari 2016 mag er niet meer met de celluloidbal gespeeld worden maar moet deze van plastic zijn, de bal mag wit, geel of oranje van kleur zijn naar gelang de achtergrond van de zaal.

Effecten en slagen

Naar gelang het spelniveau wordt er met veel effect gespeeld, effect wil zeggen een bepaalde draaiing die aan de bal gegeven wordt. Het gegeven effect is afhankelijk van met welke slag de bal geslagen wordt. Hierbij onderscheiden we , topspin, backspin, zijspin en blokken:

Topspin
Dit is de meest gebruikte aanvallende slag in het tafeltennis. Je beweegt je arm naar voren als je de bal raakt en houdt tegelijkertijd je batje enigszins naar voren gedraaid. Zo kun je profiteren van de rotatiesnelheid die de bal heeft en geef je de bal extra snelheid mee.

Backspin
Dit is normaal gesproken een defensieve slag. Je beweegt je arm naar voren als je de bal raakt, maar houdt tegelijkertijd je batje enigszins naar achteren gedraaid. Zo haal je de snelheid uit de bal. Het grootste risico is dat de bal te veel wordt afgeremd en in het net belandt.

Zijspin
Om zijspin aan een bal mee te geven, beweeg je je batje tijdens het slaan naar opzij. De rotatie- van de bal wordt hierdoor omgezet in een beweging naar links of rechts. Zo kun je de bal plotseling naar de zijkant van de tafel laten draaien en op die manier je tegenstander in de problemen brengen. Het risico voor jou is dat de bal naast de tafel zal belanden als je hem te veel “spin” meegeeft.

Blokken
Blokken is een defensief wapen tegen aanvallende topspinballen van je tegenstander. In feite gebruik je de snelheid die hij aan de bal heeft gegeven om deze direct weer terug over het net naar hem terug te sturen. Bij het blokken blokkeer je de bal met je batje direct nadat hij van de tafel opstuit. Terwijl je dit doet kun je je batje stilhouden (“passief blokken”) of naar voren bewegen (“actief blokken”) en zo nog meer snelheid geven.

Het zal wel duidelijk zijn dat de meeste van deze slagen en effecten wel de nodige training vergen.

Nederlandse spelers door de jaren heen

Door de jaren heen heeft Nederland veel goede spelers gehad. Dat begon al in de vroege jaren van het tafeltennis met Cor du Buy, die 9 keer Nederlands kampioen is geworden. In de zeventiger jaren werd het tafeltennis in Nederland beheerst door Bert van der Helm. Hij werd maar liefst 12 keer Nederlands kampioen in het enkelspel. Grootheden waren ook nog Danny Heister, Paul Haldan en Trinko Keen. Bij de dames kennen we allemaal Bettine Vriesekoop die Nederland wereldwijd op de tafeltenniskaart heeft gezet, twee keer brons bij het WK, 2 keer Europees Kampioen en twee keer de Top 12 gewonnen en maar liefst 14 keer Nederlands kampioen in het enkelspel. Toen Bettine Vriesekoop gestopt was, ging Mirjam Hooman-Kloppenburg Europees successen halen, zij won in 1991 het prestigieuze Top 12 toernooi. Hooman werd ook 4 keer Nationaal kampioen in het enkelspel.

Weetjes en feiten over tafeltennis

• Een goede topspin bal kan per seconde wel 50 keer draaien
• In 1993 werd door de spelers Bellinger en Lomas een record gevestigd van 173 balwisselingen per minuut.
• Smashballen waren vroeger verboden vanwege het risico van schade aan de tegenstander.
• Fred Perry werd in 1929 wereldkampioentafeltennis. Daarna maakte hij de overstap naar gewoon tennis en won hij acht Grand Slam toernooien.
• In 1936 vochten de Pool Ehrlich en de Roemeen Paneth 2 uur en 12 minuten voor één enkel punt.
• De langste balwissel is 8 uur en 33 minuten, dit record werd gevestigd in Stamford (USA) door Stiegel en Peters.
• Een professionele tafeltennisser gebruikt net zoveel energie als een atleet die de 100 meter in 10 seconden loopt.
• In 1980 werd de langste dubbelpartij ooit gespeeld deze duurde maar liefst 102 uur.